Schakelen en dimmen van gloeilampen, HV-halogeenlampen, elektronische trafo's voor halogeen- of led-lampen, dimbare inductieve trafo's voor halogeen- of led-lampen, HV-led- of spaarlampen.
Automatische instelling van het bij de belasting passende dimprincipe (faseaan- of faseafsnijding).
Lampbeschermend inschakelen.
Inschakellichtsterkte kan permanent worden opgeslagen.
Inschakelen met de laatst ingestelde lichtsterkte of opgeslagen inschakellichtsterkte.
Minimale lichtsterkte instelbaar.
Elektronische kortsluitbeveiliging.
Elektronische oververhittingsbeveiliging.
Gebruik met en zonder nuldraadaansluiting.
Technische gegevens
Nominale spanning
AC 230 V, 50/60 Hz
Stand-by
max. 0,35 W
Aansluitvermogen bij 25 °C
HV-ledlampen (faseaansnijding)
typ. 3 tot 60 W
HV-ledlampen (faseafsnijding)
typ. 3 tot 120 W
Spaarlamp
typ. 3 tot 60 W
Gloeilampen
20 tot 210 W
HV-halogeen
20 tot 210 W
Tronic-trafo's
20 tot 210 W
elektronische trafo met NV-led
typ. 20 tot 60 W
gewikkelde trafo
20 tot 210 VA
gewikkelde trafo met NV-led
typ. 20 tot 60 VA
Kabellengte
Belasting
max. 100 m
Montage
in apparaatdoos conform DIN 49073
Inbouwdiepte
24 mm
Omgevingstemperatuur
-5 °C tot +45 °C
Let op
In principe is het bedrijf van de dimmer zonder aansluiting van de nuldraad mogelijk. Bij sommige led- en CFLi-lichtbronnen is ter voorkoming van flikkeringen echter nuldraadaansluiting vereist.
Bij gebruik zonder nuldraad bedraagt de minimale belasting voor gloeilampen, HV-halogeen, Tronic-trafo’s en gewikkelde trafo’s 50 W.
Elektronische trafo’s en voorschakelapparaten voor led-lichtbronnen kunnen met de door de fabrikant aangegeven dimprocedure worden gebruikt.
Bij een hogere omgevingstemperatuur dan 25 °C moet de aangesloten last gereduceerd worden.