Schakelen en dimmen van gloeilampen, HV-halogeenlampen, elektronische trafo's voor halogeen- of led-lampen, dimbare inductieve trafo's voor halogeen- of led-lampen, HV-led- of spaarlampen.
Bediening via neveneenheden.
Automatische of handmatige instelling van het bij de belasting passende dimprincipe (faseaan- of faseafsnijding).
Weergave van de ingestelde bedrijfsstand door middel van led.
Lampbeschermend inschakelen.
Inschakellichtsterkte kan permanent worden opgeslagen.
Inschakelen met de laatst ingestelde lichtsterkte of opgeslagen inschakellichtsterkte.
Minimale lichtsterkte instelbaar.
Elektronische kortsluitbeveiliging.
Elektronische oververhittingsbeveiliging.
Gebruik met en zonder nuldraadaansluiting.
Technische gegevens
Nominale spanning
AC 230 V, 50/60 Hz
Stand-by
max. 0,3 W
Aansluitvermogen bij 25 °C
HV-ledlampen (faseaansnijding)
typ. 3 tot 50 W
HV-ledlampen (faseafsnijding)
typ. 3 tot 100 W
Spaarlamp
typ. 3 tot 50 W
Gloeilampen
20 tot 210 W
HV-halogeen
20 tot 210 W
Tronic-trafo's
20 tot 210 W
elektronische trafo met NV-led (faseaansnijding)
typ. 20 tot 50 W
elektronische trafo met NV-led (faseafsnijding)
typ. 20 tot 100 W
gewikkelde trafo
20 tot 210 VA
gewikkelde trafo met NV-led
typ. 20 tot 50 VA
Neveneenheden
Onverlichte mechanische drukcontacten
onbeperkt
Neveneenheid-basiselement 2-draads
onbeperkt
Neveneenheid-basiselement 3-draads
10
Kabellengte
Neveneenheid
max. 100 m
Belasting
max. 100 m
Montage
in apparaatdoos conform DIN 49073 in combinatie met een geschikte afdekking
Aansluitingdoorsnede
eendradig
max. 4 mm²
fijndradig zonder adereindhuls
max. 4 mm²
fijndradig met adereindhuls
max. 2,5 mm²
Omgevingstemperatuur
-5 °C tot +45 °C
Afmetingen
Ø 48 H 19,5 mm
Let op
In principe is het bedrijf van de dimmer zonder aansluiting van de nuldraad mogelijk. Bij sommige led- en CFLi-lichtbronnen is ter voorkoming van flikkeringen echter nuldraadaansluiting vereist.
Bij gebruik zonder nuldraad bedraagt de minimale belasting voor gloeilampen, HV-halogeen, Tronic-trafo’s en gewikkelde trafo’s 50 W.
Elektronische trafo’s en voorschakelapparaten voor led-lichtbronnen kunnen met de door de fabrikant aangegeven dimprocedure worden gebruikt.
Met een drukcontact kan de inschakellichtsterkte niet worden opgeslagen.
Voor inbouw in tussenplafonds dient de inbouwadapter minibehuizing 5429 00.
Bij een hogere omgevingstemperatuur dan 25 °C moet de aangesloten last gereduceerd worden.